Galápagos: 15 grotere en ruwweg 50 kleine eilanden, zo'n 1000 kilometer ten westen van het Zuidamerikaanse vasteland, bewoond door niet meer dan 20.000 mensen. In 1535 ontdekt door Tomás de Berlanga, bisschop van Panama, die tijdens een zeereis met bestemming Peru verdwaalde. Vanwege de vele schildpadden noemde hij de eilandengroep Galápagos (Spaans voor "schildpad"). In later tijden schuilplaats voor walvisjagers, zeerovers en ander ongeregeld volk, sinds 1832 deel van Ecuador en 3 jaar later bezocht door de jonge Britse bioloog Charles Darwin, die er de grondslag legde voor zijn evolutietheorie.
Niet voeren, niet aanraken!
Wie naar de Galápagos vliegt komt aan op de kleine luchthaven van Baltra. Een busje brengt de passagiers naar een rij schepen die verderop liggen. De Galápagos verken je per schip, een andere mogelijkheid is er niet. Daarbij heb je de keuze tussen luxe en budget, maar dat slaat alleen op de accommodatie aan boord, niet op wat je te zien krijgt. Alle bezoekers volgen min of meer dezelfde route, komen op dezelfde plaatsen en kunnen rekenen op de service van een ervaren gids.
Mijn reis begint met een bezoek aan North Seymour Island oftewel Isla Mosquera, want vrijwel alle eilanden hebben zowel een Engelse als een Spaanse naam. Al wandelend struin ik dwars door complete vogelkolonies. Ontelbaar veel dieren zijn er: grote en kleine meeuwen, blauwvoet jan-van-gents, de meeste met jongen, en fregatvogels waarvan de mannetjes een felrode krop hebben. Seymour Norte heeft de grootste kolonie van deze fregatvogels. Ook zijn er kleine, donker gekleurde land- en zeeleguanen ("afzichtelijke wezens", schreef Darwin) en
zeeleeuwen die lui op het strand liggen te zonnen. En het opzienbarende is dat al die dieren zich niets van ons aantrekken, niet op de vlucht slaan, je nauwelijks een blik waardig keuren. In het begin durf je niet dichtbij te komen, bang dat je de dieren zult verjagen en hun nesten verstoren, maar het kan geen kwaad, want ze kennen geen angst voor mensen. Zolang je je maar aan een paar gouden regels houdt: niet voeren, niet aanraken.
Baltsende albatrossen
North Seymour heeft een bruin-zwarte rotsbodem, duidelijk van vulkanische oorsprong. Het is er vrij droog en dor, zeker als het regenseizoen (januari-april) voorbij is. Er groeien boomgrote cactussen en lage struiken. Lavarotsen, cactussen, spaarzame begroeiing en kleine baaien met idyllische strandjes, dat is het algemene beeld van de eilanden. Na North Seymour is dat Hood (Española) in het zuidwesten.
Op een mooi strand tussen ruige rotsen liggen zeeleeuwen en scharrelen zwarte en rode krabben. Nieuwsgierige leguanen en lavahagedissen schuifelen dichterbij, spotvogels en vinken maken kabaal in de struiken, er zijn sporen van zeeschildpadden en er is een kolonie gemaskerde jan-van-gents en indrukwekkende Galápagos-albatrossen, dieren die alleen hier voorkomen. Indrukwekkend om te zien hoe de reusachtige vogels, na een lange zichtbaar moeizame aanloop
de lucht in gaan en hoe ze, na een verre tocht op zee, in de buurt van hun nest neerstrijken. En het mooist van alles: hoe ze uitgebreid baltsen nu het paringstijd is. Verderop zijn er grond- en boomvinken, Galápagos-duiven, zeeleeuwen en leguanen die in de zon liggen te drogen na in zee hun dagelijkse portie wier te hebben verorberd.
Lonely George slaat alles
Van Hood gaat de reis naar Floreana, alias Isla Santa Maria, alias Charles; dit eiland heeft maar liefst 3 namen. Floreana heeft een lagune vol flamingo's en een schitterend wit strand, Flour Beach, waar een paar kleine pinguïns rondscharrelen. Op Floreana zijn meer bezoekers dan elders, omdat het vrij dicht bij het hoofdeiland
Santa Cruz (Indefatigable) ligt. Het is er ook kaler dan op de andere eilanden, waarschijnlijk het werk van verwilderde geiten en varkens die er door toedoen van kolonisten terecht zijn gekomen. En dan is het tijd voor een bezoek aan de "hoofdstad " van de Galápagos: Puerto Ayora op Santa Cruz. Eerder een groot dorp dan een stad, met zandwegen, een haventje, houten huizen, souvenirwinkels en het Darwin Research Institute dat waakt over de fauna van de eilanden en vooral over de reuzenschildpadden, jonge exemplaren maar ook indrukwekkende reuzen. Zo'n reus is Lonely George; hij is de waarschijnlijk oudste inwoner, tevens de allergrootste en ook de traagste, want hoe lang je ook blijft kijken, bewegen doet hij niet of nauwelijks.
Ooit waren er volop reuzenschildpadden op alle grote eilanden, maar de dieren vielen ten offer aan scheepsbemanningen die ze meenamen als mondvoorraad of domweg voor de lol uitroeiden. Wil je ze nu nog tegenkomen, dan moet je goed zoeken. In het hoger gelegen deel van Santa Cruz schijnen ze nog wel voor te komen en ook op San Cristóbal (Chatham), waar de fauna vooral jan-van-gents, fregatvogels en bruine pelikanen telt. Plus leguanen die op het strand op hun gemak aan een cactus knabbelen, waarbij ze de bezoeker af en toe olijk aankijken.
Darwins theorie
In 1835 bezocht de Britse bioloog Charles Darwin aan boord van de HMS Beagle de Galapagos. Hij bestudeerde er op de verschillende eilanden de planten- en dierenwereld en ontdekte dat diverse soorten, zoals de schildpadden en de vinken, in grote trekken weliswaar gelijk waren en dus duidelijk van dezelfde voorouders afstamden, maar per eiland toch kleine verschillen vertoonden alsof ze zich in de loop van de tijd hadden aangepast aan de specifieke omstandigheden ter plaatse. Zo ontstond Darwins idee dat soorten evolueren als gevolg van geografische isolatie en natuurlijke selectie. 25 Jaar later publiceerde hij zijn theorieën in het boek On the Origin of Species by Means of Natural Selection. 2009 Is Darwinjaar omdat Darwin 200 jaar geleden werd geboren.
Galapagos praktisch
De Galapagos-eilanden staan sinds 1978 op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. Warme en natte periode: januari-mei, ca. 26 graden C., regelmatig stortbuien; koele en droge periode: mei-december, ca. 18-20 graden C. Op de Galapagos komt geen malaria voor, vaccinaties zijn niet verplicht.