Villa's aan het strand


Het Siam Beach Resort is een comfortabel hotel op Lonely Beach met een aanbod van zowel eenvoudige bungalows, comfortabele hotelkamers en zg. poolvilla’s, kamers met een eigen zwembad en jacuzzi en volop privacy. Alles op een steenworp afstand van het uitgestrekte, door kokospalmen en teakbomen omzoomde strand en met uitzicht op het heldere water van de zee. Het hotel heeft een groot zwembad  met jacuzzi, enkele bars en een restaurant dat bekend staat om zijn uitstekende keuken met vers seafood en traditionele Thaise gerechten. www.siambeachresort.nl, e-mail: info@siambeachresort.in.th.

Poolvilla met zwembad en jacuzzi
Regio: Azië

Koh Chang

Rust en puur natuur in Zuidoost-Thailand

Strand op Koh ChangHet woord chang betekent olifant in de Thaise taal. Koh Chang staat dan ook voor Olifanteneiland (koh=eiland). Het is een van de grotere eilanden van Thailand, gelegen in het zuidoosten in de Golf van Thailand en behorend tot de provincie Trat. Olifanten zijn er volop, ook al kwamen ze er oorspronkelijk niet voor; je vindt ze in de vorm van tallloos veel beelden als blikvanger van hotels en restaurants, maar ook in levende lijve in de verschillende kampen vanwaaruit je een jungletocht kunt maken op de rug van een dikhuid.

Nationaal park

Lonely BeachJungle is wat Koh Chang volop in de aanbieding heeft plus middelgrote bergen en stranden en een interessante onderwaterwereld. Dat alles bij elkaar maakt het eiland – een nationaal park inclusief het omliggende zeegebied -  tot een toeristentrekker van formaat. Toch is het er niet hinderlijk druk als ik eind augustus mijn intrek neem in het Siam Beach Resort op Lonely Beach (Had Tha Nam) in het zuidwesten. Wellicht heerst er relatieve stilte omdat het nog geen vakantieseizoen is en misschien ook omdat Lonely Beach tot de minst toeristische streken behoort. Hoe dan ook, het weer is ondanks een enkele moessonbui goed en de mensen zijn vriendelijk, wat me trouwens overal op het eiland opvalt.

Natuurlijke ongereptheid

Vissersdorp aan de oostkustThailand kent een groot aantal internationaal bekende toeristische hotspots: Phuket, Krabi, Koh Samui en Pattaya. De kleine provincie Trat in het verre zuidoosten van het land, ingeklemd tussen Cambodja in het oosten en de zee in het westen, met als hoofdattractie het Koh Chang National Marine Park, is veel minder bekend en de vraag is: waarom zou je voor deze afgelegen bestemming kiezen? Het antwoord is: voor de rust en de natuurlijke ongereptheid van dit unieke gebied. Koh Chang National Marine Park omvat een uitgestrekt gebied met ca. 50 eilanden, de meeste onbewoond, verspreid over 458 vierkante kilometer in de Golf van Thailand. Van alle eilanden is Koh Chang het dichtst bevolkt, het meest toegankelijk en het meest bezocht. Toch is het een ietwat slaperig eiland zonder hoogbouw met langs de stranden bungalows en guesthouses afgewisseld met luxueuze hotels en resorts, alles gelegen aan de westkant van het eiland die het meest ontwikkeld is. Een en ander is in een stroomversnelling gekomen sinds er vanuit Bangkok kan worden gevlogen (ca. 1 uur) op de nieuwe luchthaven van Trat. Vandaar is het maar een kleine afstand naar de veerhaven in Laem Ngob vanwaaruit in een half uur varen Koh Chang wordt bereikt.

Trektochten

Olifant op wasplaatsWat Koh Chang van andere eilanden onderscheidt is het maagdelijke regenwoud dat de heuvels en bergen van het binnenland bedekt waarvan een aantal tot 600 meter hoogte reiken en de hoogste zelfs 744 meter meet. Toegang tot dit schitterende natuurgebied heb je vanaf de ringweg, de enige weg op het eiland. Op diverse plaatsen kan gestart worden voor een jungletocht waarbij begeleiding door een gids noodzakelijk is. Deze tochten voeren door ruig, onherbergzaam terrein en vereisen dus een behoorlijke lichamelijke conditie, maar de beloning is groot: schitterende vergezichten, indrukwekkende watervallen, exotische flora en fauna (o.a. veel vogels waaronder papegaaien en neushoornvogels). Behalve tochten te voet zijn er ook trektochten per olifant, wat minder vermoeiend is en waarbij je de schitterende natuur vanuit een ander perspectief kunt bekijken.

Duiken

Sprookjesachtige onderwaterwereldEen andere attractie van Koh Chang zijn de stranden, hoofdzakelijk aan de westkant van het eiland. Passagiers van de veerboot maken gebruik van de taxibusjes (songthaews) en laten zich vervoeren naar het strand van hun voorkeur: White Sand Beach (Had Sai Khao), Klong Phrao Beach, Kai Bae Beach. Mijn voorkeur gaat uit naar het verstilde Had Tha Nam (Lonely Beach) in het zuidwesten. Echt een plek om volledig tot rust te komen, maar als je actief bezig wilt zijn kun je er zwemmen, snorkelen, kanoën en kajakken en op diverse andere manieren van de locatie genieten. Duiken kan op Koh Chang eveneens; het eiland telt verscheidene duikscholen waar onder deskundige leiding de onderwaterwereld kan worden bekeken. De beste duiklocaties bevinden zich voor de west- en de zuidkust (tussen Koh Chang en Koh Kood). Gerenommeerde duikscholen (PADI 5 sterren): The Dive Adventure in Bang Bao (www.thedivekohchang.com), Scuba Koh Chang in White Sands Beach (www.scuba-kohchang.com). Een populaire attractie zijn boottrips naar eilanden in de omgeving.

Salak Phet

Hotel in Salak PhetIk huur een songthaew en maak een tocht over de ringweg, die hier en daar bijzonder steil en vol haarspeldbochten is. We houden halt bij een hoog punt met grandioos uitzicht over zee, wandelen door het levendige White Sand Beach, in feite de voornaamste plaats op het eiland, en bezoeken vervolgens de bescheiden Chinese tempel in het noordwesten bij het dorp Klong Son. Eenmaal aan de oostkant van het eiland valt op hoe stil het hier is. Zodra we de veerhaven, het plaatselijke ziekenhuis en  het politiebureau voorbij zijn is er alleen nog maar natuur, afgewisseld met rubber- en ananasplantages, uitzicht op zee en hier en daar een kleine nederzetting. Stranden zijn hier nauwelijks. De weg slingert in zuidoostelijke richting en eindigt bij het kleine Salak Phet, een vissersdorp in een besloten baai waar de huizen en het plaatselijke hotel op palen boven het water staan. Het is een oord van betoverende schoonheid en ultieme rust, ideaal om rond te wandelen en te genieten van de relaxte sfeer en het wisselende uitzicht op zee. Op het terras van een van de restaurants laat ik me een maaltijd van verse zeevis goed smaken.

Watervallen

Waterval in de jungleOp de weg terug houden we halt bij de tempel van Salak Khok en ik verbaas me bij het zien van dit werkelijke juweeltje van Thaise tempelbouw, en dat voor zo’n kleine gemeenschap van vissers en rubberplanters. Na bezoek aan het nabijgelegen mangrovebos langs de baai van Salak Khok maak ik verderop naar het noorden een uitstapje naar de Mayom-waterval, een van de vele watervallen op het eiland. Eerder was ik al bij de Klong Plu-waterval, naar verluidt de mooiste van Koh Chang, met aan de voet een bassin waarin het op een warme dag heerlijk zwemmen is en waar nieuwsgierige apen naar de bezoekers gluren. De volgende dag bezoek ik het pittoreske dorp Bang Bao in het uiterste zuidwesten. Ook in dit vissersdorp staan de huizen op palen en zijn onderling door loopbruggen verbonden. Er zijn diverse kleine restaurants en ook hier staat verse zeevis op het menu. Vanaf de pier vertrekken kleine veerboten naar andere eilanden zoals Koh Wai, Koh Maak en Koh Kood, stuk voor stuk dunbevolkt en uitgerust met eenvoudige houten bungalows voor wie uit is op nog meer rust en stilte. Hier heerst nog de sfeer van een simpele backpackers-bestemming zoals voorheen ook Koh Chang is geweest. 

Koh Chang praktisch
Kaartje van Koh ChangKoh Chang ligt op ca. 240 km van Bangkok; per auto ben je algauw zo’n 5 uur kwijt om het eiland te bereiken. Een betere optie is vliegen met Bangkok Airways naar Trat (3x daags), vanaf het vliegveld per taxi naar de veerhaven van Laem Ngob en eenmaal op Koh Chang per songthaew naar je bestemming. De beste tijd voor een bezoek is van november tot april, maar dan is het er ook op z’n drukst.