Op slechts enkele uren rijden vanuit Nederland ligt in de deelstaat Nordrhein-Westfalen, aan de noordgrens van het Sauerland, een van Duitslands oudste steden: Soest. Een schatkamer vol historische monumenten, maar ook modern en levendig, met recht een van Duitslands “Traumstädte”.
Glorieus verleden
Je schrijft Soest, maar je zegt Zoost, want zo hoort de naam van deze stad te worden uitgesproken. Met zijn krap 50.000 inwoners is Soest een bescheiden stad, maar het mag zich beroemen op een glorieus verleden, en de sfeer van dat verleden is grotendeels bewaard gebleven, vandaar dat het geldt als een van de “Traumstädte Deutschlands”. Dat begint al met de middeleeuwse stadsmuur die voor tweederde intact is gebleven;
ooit was er een dubbele muur met een gracht ertussen en met donjons zoals de nog bestaande Kattenturm. Van de 10 stadspoorten, die Soest telde, is er nog één over: de Osthofentor, een robuust en indrukwekkend bouwwerk. De skyline van Soest wordt gedomineerd door de al even robuuste torens van middeleeuwse kerken en het centrum heeft smalle, met keitjes geplaveide straatjes en steegjes met ontelbaar veel vakwerkhuizen.
Hanzestad
Ooit was Soest, al in de 9e eeuw bekend onder de naam Sosatum, een van de voornaamste steden van Europa, gelegen aan de Hellweg, een belangrijke handelsroute tussen West- en Oost-Duitsland. Nadat het in 1120 als een van de eerste Duitse steden stadsrechten had verkregen trad het 100 jaar later toe tot de Hanze, het beroemde verbond van handelssteden.
Dat Hanze-lidmaatschap betekende het begin van een bloeiperiode met een hoogtepunt begin 15e eeuw. Pas in de 17e eeuw raakte Soest zijn vooraanstaande plaats kwijt. Tijdens de Dertigjarige Oorlog werd de stad zwaar beschadigd en dat gebeurde opnieuw tijdens de Tweede Wereldoorlog, maar de sporen daarvan zijn al lang verdwenen dankzij ingrijpende restauratie.
Soester ikonen
Vanuit mijn hotel aan de Dasselwall wandel ik door het stadspark en via een poortje in de oude stadsmuur de Grüne Hecke in, een sfeervol straatje met antieke lantaarns en rijen vakwerkhuizen. Even verderop torent de Paulikirche hoog boven de daken uit. Hij blijkt helaas gesloten, maar je kunt eromheen wandelen en daarbij stuit ik meteen al op een echt Soesters ikoon:
Brauhaus Zwiebel, de enig overgebleven stadsbrouwerij annex restaurant. Soest heeft meer van dit soort ikonen: het Pilgrimhaus aan de Jakobi Strasse, het oudste Gasthof van Westfalen, en Restaurant Im Wilden Mann op de Markt. Met zijn restaurants, Konditoreien, biertuinen en Kneipen heeft de stad überhaupt veel horeca, niet zelden gehuisvest in een van de vele historische panden.
Monumentale kerken
Een van de opvallendste monumenten van Soest is het historische Rathaus in barokstijl. Het gebouw heeft een arcade met 9 bogen en een beeld van St.Patroclus, beschermer van de stad, hoog in de gevel. En dan zijn er de kerken. Voorop de St. Patroclus Dom uit ca. 1000 met een toren die de mooiste romaanse toren van Duitsland wordt genoemd.
Pal ertegenover staat de St. Petruskerk, de “Alden Kerke”, oudste kerk van Westfalen, in WO II zwaar beschadigd, maar vakkundig gerestaureerd en met moderne glas-in-loodramen en dito attributen die wonderwel harmoniëren met het oude bouwwerk. De Wiesenkirche uit 1313 is een van de mooiste laatgotische hallenkerken van Duitsland; deze kerk heeft zijn originele glasramen behouden omdat ze tijdens de oorlog tijdig in veiligheid werden gebracht. En de oude St.Thomaskerk uit 1203 valt op door zijn zeer scheve torenspits. Al deze kerken zijn opgetrokken uit dezelfde grijs/groene zandsteen afkomstig uit de regio.
Festivals
Soest ademt geschiedenis, maar het is niet alleen maar historie wat de klok slaat. De stad heeft een ruim voetgangersgebied, de Brüderstrasse en omgeving, met een groot aanbod van moderne winkels wat erop wijst dat hier niet enkel in de eigen behoeften wordt voorzien, maar dat de stad ook een belangrijke functie als regiocentrum heeft. Dat blijkt eens te meer tijdens de vele festivals die er worden gehouden en die van heinde en verre publiek trekken: het Kneipen Festival in maart, de Bördetag in mei en de Musiktage in de zomer. Met als absoluut hoogtepunt de jaarlijkse Allerheiligen Kirmes, de grootste binnenstadkermis van Europa, die begin november wordt gehouden, 5 dagen duurt en ca. 1 miljoen bezoekers trekt.
Publiekstrekkers
Toerisme neemt in Soest een voorname plaats in. Geen wonder, want behalve mooi is de stad een ideaal startpunt voor een bezoek aan het Sauerland met tal van bezienswaardigheden op korte afstand. Neem het recreatiegebied van de Möhnesee met watersport, een indrukwekkende stuwdam en onuitputtelijke mogelijkheden voor wandelaars en fietsers.
Dwars door het reusachtige Arnsberger Wald bereik ik Arnsberg, waarvan de Altstadt al even schilderachtig blijkt te zijn als die van Soest. Ik wandel naar de sfeervolle oude markt, klim naar de hooggelegen kasteelruïne met uniek uitzicht over het dal van de Ruhr en neem in het Sauerland Museum een duik in de geschiedenis van de regio.
En er zijn nog veel meer publiekstrekkers: bijvoorbeeld het kasteel van Altena, ooit de eerste jeugdherberg ter wereld, de beroemde brouwerij in Warstein waar het gelijknamige bier wordt gebrouwen, de Sorpe- en de Hennesee en de grottencomplexen Dechenhöhle en Heinrichshöhle.
Links
www.soest.de
touristinfo@soest.de (VVV)
