Marokko. Ik viel er van de ene verbazing in de andere. Dat lijkt overdreven, want zo ver en zo exotisch is dat land toch niet? Immers, in krap drie uur sta je in Casablanca en een paar uur later al toer je dwars door de Hoge Atlas. Het verbazingwekkende en exotische zit hem dan ook niet in de afstand, maar in het landschap en de mensen, zeker als je naar het diepe zuiden gaat, naar de randen van de Sahara.
Vroeg in de ochtend, het is nog donker, klauter ik met Hassan, mijn Touareg-gids, naar een van de hoge zandduinen. De natuur is doodstil, het enige geluid dat je hoort is het verre gekwetter van een groepje toeristen die verkozen hebben niet te lopen, maar zich per dromedaris laten vervoeren. Eenmaal op een strategisch punt aangekomen is het wachten geblazen. Als na enige tijd aan de horizon de hemel begint te kleuren en de eerste voorzichtige zonnestralen een onaards licht verspreiden over de duinen, die vervolgens om de paar minuten van kleur veranderen, is iedereen muisstil. Een intense ervaring die je niet snel vergeet.
Ait Benhaddou
En er is zoveel meer in dit zuidelijke deel van Marokko. Neem de kasba's. Soms zijn het niet meer dan robuuste forten, soms compleet versterkte dorpen met kronkelende trapstraatjes, nauwe doorgangen en onverwachte terrassen met uitzicht op de omringende woestijn.
Aït Benhaddou is er zo een, spannend, geheimzinnig, van op afstand eigenlijk nog mooier dan van dichtbij. Wil je er toch naar toe, dan moet er een stroompje worden overgestoken, maar dat kan zonder natte voeten, want er staan mannen met ezeltjes klaar die je voor een paar dirham naar de overkant brengen. En weer terug, dat spreekt. Binnenin de kasba dwaal ik door een doolhof van kronkelende steegjes en nauwe trapstraatjes waar ik maar zelden iemand tegenkom en waar de weldadige rust even wordt onderbroken door een onzichtbare, balkende ezel. Eenmaal op het hoogste punt verbaas ik me over het schitterende uitzicht op de omgeving waar alles lijkt uitgevoerd in de voor dit land typerende aardekleur zonder dat dat iets aan de spanning afdoet.
Aziz en zijn albums
In een aantal kasba's zoals in Ait Benhaddou kun je op eigen houtje ronddwalen, soms ook is er een gids die je begeleidt zoals de goedlachse Aziz Sadikin die mij maar wat graag zijn grote trots laat zien, de 17e-eeuwse, fraai gerestaureerde kasba Amridil in Skoura. Aziz verzorgt een uitgebreide rondgang, uiteraard gevolgd door het
nuttigen van een kop zoete thee, waarbij hij albums laat zien met foto's van hemzelf temidden van vorige bezoekers. En altijd zijn er die fenomenale vergezichten. Zoals op de Gorges du Ziz waar okerkleurige rotswanden dreigend boven de brede, meanderende rivier hangen. Op het dorpje Oulad Aissa in de diepte. Of op de oude stad Tinghir dat de toegang tot de Todra-kloof lijkt te bewaken.
Di Caprio gemist
Mooier nog dan de Todra-kloof is de Gorge du Dadès, met zijn overdonderende rotspartijen, bijna een maanlandschap, waar de kleuren voortdurend wisselen, een Grand Canyon in het klein. Op de bodem van de kloof zie ik mensen werken in piepkleine tuintjes, doen Berber-vrouwen de was in het riviertje en weerklinken hoge kinderstemmen tegen de loodrechte rotswanden. Een plek die erom vraagt om te voet te worden verkend, slenterend langs het zacht kabbelende water en de lage huisjes in aardekleur.
Een wereld van verschil met een modern aandoende stad als Ouarzazate, het Hollywood van Marokko, waar in tal van studio's en tussen de natuurlijke decors in de omgeving de ene rolprent na de andere wordt opgenomen en waar ik bijna Roberto di Caprio tegen het lijf loop - hij verblijft in hetzelfde hotel, wordt me verzekerd, maar helaas laat hij zich niet zien.
Net zo'n filmwereld, maar dan anders, is Marrakech, dat ik aan het slot van mijn reis bezoek, met al zijn monumenten en de kronkelstraatjes van de beroemde souk waar je wordt overspoeld door geluiden, kleuren en geuren, zo intens, zo divers en zo exotisch dat je soms niet goed weet waar te kijken. Eigenlijk is heel Marokko één groot filmdecor.
Marokko praktisch
- De beste reistijd: maart t/m oktober; in juli en augustus is het er erg warm.
- De Marokkaanse munteenheid is de Dirham, afgekort MAD of DH. De koers: € 1,-- = ca. 9 Dirham. In de grote steden zijn geldautomaten.
- Royal Air Maroc (RAM) en KLM vliegen op Casablanca. Transavia vliegt 2x per week op Agadir.
- Nederlanders hebben geen visum nodig. Het paspoort moet bij terugkomst nog minimaal 6 maanden geldig zijn.
- Vaccinaties zijn niet strikt noodzakelijk; aanbevolen wordt DTP-vaccinatie en bescherming tegen hepatitis A. Voor info: www.lcr.nl).
- Talen: Arabisch, Frans, diverse Berber-talen.
- Typisch Marokkaanse gerechten: couscous (grofkorrelige griesmeel met groente, vlees of vis), tajine (groente-, vlees- of visgerecht in aardewerken pot met kegelvormig deksel), pastila (hartige taart) en harira (maaltijdsoep).
© De foto's bij dit verhaal werden gemaakt door de bekende natuur- en reisfotograaf Martin Kers (www.martinkers-foto.nl).
Links
www.visitmorocco.com (verkeersbureau)
www.marokko-reizen.nl
www.marokko.startpagina.nl
www.marokko.allepaginas.nl
www.marokko-info.nl