Het Maleisische eiland Penang is een echte droombestemming. Je kunt er genieten van historie en cultuur, van zon, zee en strand en van winkelen en lekker eten zoveel je wilt. De bevolking is vriendelijk en voorkomend, de sfeer relaxed en het leven is er voor onze begrippen goedkoop.
Sir Francis Light
Het eiland Penang voor de westkust van het Maleisisch schiereiland (Pulau Pinang in het Maleis) wordt ook wel “Parel van de Orient” genoemd. Met zijn 285 vierkante kilometer is het in elk geval het grootste eiland van Maleisië en neemt het een belangrijke plaats in in de geschiedenis van het land. Daarvoor moeten we terug naar de tweede helft van de 18e eeuw. Penang stond destijds onder het bestuur van de sultans van Kedah. Begin jaren 70 hadden tegenstanders van de regerende sultan, Mohammed J’wa MuÁzzam Shah II, diens positie aan het wankelen gebracht, reden waarom hij maar al te graag handelsconcessies wilde verlenen aan buitenlanders in ruil voor militaire bescherming.
Daarvan profiteerde de Brit sir Francis Light die op zoek was naar een geschikte plek om een handelspost voor de British East India Company te stichten. Op 11 augustus 1786 opende Light een haven op Penang dat daarmee de eerste Britse nederzetting werd op het Maleisische schiereiland. Georgetown werd hoofdstad van de zg. Straits Settlements (samen met Malakka en Singapore), maar het in 1819 gestichte Singapore nam al gauw de touwtjes in handen waardoor de economische betekenis van Georgetown snel minder werd.
Eastern & Oriental Hotel
Van die geschiedenis en vooral van de Britse invloed is in Georgetown nog heel wat terug te vinden. Ik begin mijn wandeling bij wat gerust een icoon genoemd mag worden: het vermaarde Eastern & Oriental Hotel, in de volksmond aangeduid als E & O. Het stamt uit 1884 en is een schepping van de 3 Armeense broers, Martin, Tigran en Arshak Sarkies, die later ook het al even beroemde Raffles Hotel in Singapore en het Strand Hotel in Yangon (Rangoon) stichtten. In Penang begonnen ze met twee hotels vlak naast elkaar: het Eastern en het Oriental, later samengevoegd tot één Eastern & Oriental Hotel.
Een monument van koloniale architectuur wordt het genoemd, dit witte paleis met zijn indrukwekkende lobby, zijn 101 luxe suites, statige zalen, restaurants en bars en uitgestrekte gazons en tuinen direct aan zee vanwaar je een uniek uitzicht hebt op Straat Malakka. Ik voel me klein en nietig onder de reusachtige koepel van de lobby en bewonder met eerbied foto’s van beroemde persoonlijkheden die er ooit hebben gelogeerd: Noel Coward, Somerset Maugham, Hermann Hesse en Rudyard Kipling, Charlie Chaplin en Rita Hayworth, Mary Pickford en Douglas Fairbanks. Het E & O heeft, ondanks renovaties en modernisering, niets van zijn oude glorie verloren.
Paleizen en shophouses
Vanuit het E & O wandel ik in oostelijke richting naar het Fort Cornwallis, de plek waar sir Francis Light voet aan wal zette en dat het hoofdkwartier werd van de British East India Company. Het fort – of wat ervan over is - is niet uitgesproken indrukwekkend, maar leuk is wel dat ik tussen de kannonnen op de binnenplaats een exemplaar van Nederlandse makelij uit 1603 ontdek. Vlak bij het fort staat een slanke klokketoren en even verderop is de haven waar veerschepen naar o.a. Langkawi en het Indonesische Medan vertrekken. Wandelend langs een serie prachtig gerestaureerde koloniale gebouwen waaronder de kathedraal van de Assumptie en het Penang Museum kom ik in de Lebuh Pantai-straat, op zich niet bijzonder, maar wel met tal van smalle zijstraatjes die toegang bieden tot het pittoreske Chinatown en Little India, wijken met kleine winkeltjes vol antieke spullen en donkere werkplaatsjes. In Chinatown vallen vooral de zg. shophouses op, winkel beneden en woonhuis boven. Via een doolhof van straatjes bereik ik Jalan Penang, de hoofdstraat en voornaamste winkelstraat van Georgetown. Ook hier typerende pastelkleurige shophouses en op het eind Komtar, een modern winkelcentrum bekroond door een wolkenkrabberachtig gebouw met restaurants en uitzichtplatforms.
Penang Hill en Kek Lok Si
Georgetown is een kleurrijke stad met een compact centrum en met ongelooflijk veel fraaie koloniale gebouwen, tempels en moskeeën, alles gemakkelijk te belopen, maar als je niet wilt lopen is vervoer per traditionele fietsriksja een comfortabel alternatief. Om de rest van het eiland te bekijken kun je kiezen voor eigen vervoer, fiets, scooter of auto, maar je kunt ook tours boeken bij diverse bedrijven die je graag de hoogtepunten laten zien. En dat zijn er nogal wat. Favoriet is Penang Hill (Bukit Bendera), een ruim 800 meter hoge, met bos bedekte berg net buiten Georgetown, ooit een plek waar de Britse kolonisten zich terugtrokken als het hun beneden te warm werd. Je hebt er een geweldig uitzicht over de stad (mits het helder is), er zijn restaurants en eethuisjes, een hindoetempel en een kleine moskee en je kunt er wandelingen maken in de natuur.
Helaas is het bergtreintje naar de top op het ogenblik buiten gebruik wegens onderhoudswerkzaamheden en ben je aangewezen op 4WD’s die je via een smalle verharde weg naar de top brengen, onderweg bekeken door nieuwsgierige apen die hier in groten getale leven. Nummer twee van de bezienswaardigheden is het Kek Lok Si-tempelcomplex tegen de heuvelhellingen van Ayer Itam, de grootste boeddhistische tempel van Maleisië. Op aanraden van mijn gids begin ik op het hoogste niveau, zodat ik, dwalend langs de vele heiligdommen, tuinen, terrassen en vijvers, alleen maar hoef af te dalen. Hoog boven mij torent een reusachtig beeld van Kuan Yin, de godin van genade. En iets lager is er een zeven etages tellende, 30 meter hoge pagode gebouwd in drie stijlen: Chinees, Thais en Birmees.
Multiculti keukens
Afhankelijk van waar je belangstelling naar uitgaat kun je kiezen voor een aantal interessante excursiebestemmingen. Genieten van schitterende bloemen en planten in de Botanische Tuin of de Tropische Kruidentuin, op je gemak dwalen door de Vlindertuin, huiveren in de Slangentempel en je ogen uitkijken in de Tempel van de Liggende Boeddha, van dichtbij bekijken hoe tin gemaakt en bewerkt wordt en wat batikken precies inhoudt. Ook niet te missen: de avondmarkt in Georgetown en Batu Ferringhi, dineren in het Hawker Food Centre op Gurney Drive. Over eten gesproken: Penang is een uitgesproken multicultureel oord met naast Maleise ook Chinese, Thaise, Indiase en andere bevolkingsgroepen.
Dat betekent dat je kunt genieten van allerlei lekkers uit diverse etnische keukens. Ik herinner me een Koreaans restaurantje in Tanjung Bungah, waar aan tafel lappen vlees werden gebarbecued die beslist te groot waren voor mijn maag. En een intiem Thais eethuis, ook in Tanjung Bungah, Baan Thai geheten, eigendom van een Australisch/Thais echtpaar, met overheerlijke gerechten en een warme, huiselijke sfeer. En wat me steeds weer opviel: de lage prijzen, want Penang is bepaald geen dure bestemming.
Links
www.visitpenang.gov.my
www.visitmalaysia.nl
www.malaysiaairlines.com![]()
