Paradores. In Spanje is dat de naam van een groep van 94 hotels verspreid over het land. Geen gewone hotels, maar meestal tot hotel omgebouwde voormalige kloosters, kastelen, oude paleizen en landhuizen. Omgebouwd met behoud van originele kenmerken, maar voorzien van alle moderne gemakken. En niet zelden op weergaloos mooie plekken.
Cuenca, burcht op de rotsen
Ik kies voor een rondrit langs 5 paradores in de omgeving van Madrid met als eerste die van Cuenca. Cuenca in de regio Castilla la Mancha geldt als een van de mooist gelegen steden van Spanje. Vooral de oude stad, hoog op een heuvelrug en ingeklemd tussen twee riviertjes, de Jucar en de Huécar, is een bezienswaardigheid. Op de Plaza Mayor bewonder ik de 12e eeuwse kathedraal, de eerste gotische kathedraal van Spanje, en vanuit de parador heb ik uitzicht op de beroemde hangende huizen (casas colgadas) op een rotspunt boven een ravijn, waarin een museum voor abstracte kunst is gevestigd.
De parador is het voormalige klooster van San Pablo met in de oude refter, nu restaurant, een prachtig plafond en tegelwand. Een bezoek aan Cuenca is niet compleet zonder een tochtje door het achterland, de Serranía de Cuenca. Een prachtig natuurgebied met een aantal hoogtepunten zoals de Ventano de Diablo (Venster van de Duivel, mooi uitzicht!) en de grillig geërodeerde kalksteenformaties van de Ciudad Encantada (Betoverde Stad).
Alcalá, oud en nieuw ineen
De parador van Alcalá de Henares, vlak ten noorden van Madrid, is oud en nieuw tegelijk. De basis van het complex is het 17e-eeuwse dominicanenklooster van Santo Tomas. Dit historische gebouw is op geraffineerde en zeer smaakvolle wijze geïntegreerd in een moderne aanbouw met uitgekiend design en sluit naadloos aan bij historische gebouwen in de buurt zoals de Hostería del Estudiante in het voormalige college van San Jeronimo. Het hart van Alcalá is een sfeervolle museumstad met verstilde straatjes, paleisachtige woonhuizen en tal van kerken en kloosters, maar als universiteitsstad tegelijkertijd vol leven en beweging; dat blijkt als ik laat in de middag een wandeling maak over het centrale Plaza de Cervantes, waar de grote dichter, geboren in Alcalá, hoog boven de menigte uitrijst. Het publiek is merendeels jong, de sfeer is gezellig, de terrasjes liggen er uitnodigend bij.
Segovia, parador met uitzicht
De parador van Segovia heeft als voordeel dat je vanuit alle kamers en gemeenschappelijke ruimtes uitzicht hebt op de stad. En wat voor een uitzicht! De huizen rijen zich aaneen tegen de flanken van de heuvel waarop de ommuurde stad is gebouwd en enkele bijzondere monumenten trekken onmiddellijk de aandacht: de reusachtige gotische kathedraal die boven alles uittorent en de vesting in het noordwesten. En dan is er ook nog een reusachtig Romeins aquaduct uit de 1e eeuw.
Alles bij elkaar een panorama waar ik niet op uitgekeken raak, vooral 's avonds als alle monumenten verlicht zijn, een feëriek gezicht. De parador, die met recht de naam "Balcon de Segovia" draagt, is zelf niet oud, maar de geschiedenis is vlakbij; ik hoef er alleen maar de oude stad voor in te lopen met haar slingerende straten, intieme pleintjes en met de gevels van kerken, kloosters en voorname huizen als decor. En met in de verte de contouren van het Guadarrama-gebergte.
Avila, ommuurd museum
Santa Teresa. Je kunt niet om haar heen in Avila. Het mooie museum aan haar gewijd, het klooster waar ze heeft geleefd, de souvenirs in de winkels, straten, pleinen en zelfs een parkeerterrein dat naar Theresia is vernoemd. Maar Avila is meer dan alleen de stad van deze heilige mystica. Al van verre zie ik de beroemde muren en eenmaal binnen die muren waan ik mij in een waar openluchtmuseum. De gigantische San Salvador-kathedraal lijkt meer op een fort dan op een kerk, de talrijke paleizen zijn indrukwekkende monumenten.
Ik maak een wandeling rond de ommuurde oude stad en bewonder van dichtbij de 2,5 kilometer lange muren met hun torens en poorten. Avila moet in de middeleeuwen een onneembare vesting zijn geweest en voor het restauratiewerk, dat overigens nog steeds doorgaat, kun je alleen maar grote bewondering hebben. Avila behoort net als Cuenca, Segovia en Salamanca tot het werelderfgoed en het is met ruim 1100 meter de
hoogstgelegen stad van Spanje. De parador, in een 16e-eeuws paleis met de mooie naam Raimundo de Borgoña, ligt vlak achter de muur bij de Carmen-poort, waar zich een van de toegangen bevindt voor een wandeling op de muren.
Salamanca, mooiste plein
En dan is er Salamanca. Alweer met een parador die riant uitzicht biedt op de stad en de voornaamste monumenten waaronder maar liefst twee kathedralen. De fraaie ingerichte parador is niet oud, maar wel een prima startpunt voor een wandeling naar en door de stad. Neem de oude Romeinse brug over de Tormes-rivier (nog voor de helft origineel) en beklim de sterk hellende straat naar het centrum en opnieuw is de verrassing groot. Bezienswaardigheden genoeg: behalve de kathedralen het dominicanenklooster van St.Stephanus met een schitterende binnenplaats, de universiteit (de oudste van Spanje), het Huis met de Schelpen (Casa de las Conchas) en - absoluut hoogtepunt - het autovrije Plaza Mayor, een van de grootste en wellicht ook mooiste pleinen van Spanje met in 18e-eeuwse barokstijl uitgevoerd stadhuis en terrassen aan alle kanten. Eenmaal daar neergestreken wil je niet meer weg.
Gerechten van de streek
Bij een verblijf in de Spaanse paradores maakt u niet alleen kennis met de geschiedenis en de cultuur van het land, maar ook met de regionale keuken. Alle restaurants serveren naast internationale ook streekgerechten. Geniet in Cuenca van morteruelo (een vleesgerecht) en alajú (een lokaal dessert), in Segovia van Castillianse soep en geroosterd lamsvlees, in Avila van pucheretes teresianos (stamppot van groente en varkensvlees) en in Salamanca van tostón (speenvarken).
![]()